Welkom op mijn blog! U vindt hier Christelijke kerstverhalen, een Christelijk Paasverhaal en gedichten bij de Christelijke feestdagen. Deze verhalen en gedichten mag u ongewijzigd met vermelding van naam of bron vrij gebruiken voor uw vieringen, kerkblad, liturgie enz. U kunt mijn blog terugvinden via http://christelijkefeestdagen.blogspot.com/ Voor het verzorgen van een lezing met voordrachten op uw vereniging kunt u contact opnemen via cobytjeert@live.nl
Inmiddels is er ook een volledig programma voor Kerst en Pasen.
Heeft u belangstelling voor mijn boeken, die zijn verkrijgbaar bij bol.com, via cobytjeert@live.nl en te leen in de bibliotheek.
Het boek "Granaatjes met een gouden slot", gedichten en verhalen, dat is verschenen op 21 juli 2015 bij uitgever Noordboek/Friese pers, is herdrukt. De 4e druk is inmiddels verschenen en verkrijgbaar in iedere boekhandel. http://www.noordboekwinkel.nl/granaatjes-met-een-gouden-slot.html

maandag 8 februari 2016

Het levenslicht van Pasen



Als ik me in wil leven
begeef ik mij in ’t lege graf,
een niet te tillen steen
sloot hier de ingang af,

ik stel me voor hoe in Zijn dood
de adem Gods beweging bracht,
Hij kon zijn graf verlaten
uit eigen kracht!

Als ik met Hem wil leven
verlaat ook ik mijn graf,
Hij licht met overwinningskracht
al wat mij weghoudt af.

De Heer verrees,
Hij brengt ons in beweging,
het graf is leeg,
de Levende verwacht! 

Coby Poelman - Duisterwinkel

 Geschreven voor het thema van gedichtensite.nl : "Het graf is leeg"



maandag 1 februari 2016

De nieuwe Adam


Ik zag vanmorgen de gestalte
van de opgestane Heer
in wat we lazen
en in wat we hoorden.

De nieuwe Adam
heeft mijn ziel geraakt,
mijn leven tot die
nieuwe mens gemaakt
toen ik me in de
omstanders verplaatste,
hun blijdschap en verwondering
me eigen maakte,
de rennende discipel
hijgde hoorbaar
in mijn oor.

Met allen die rondom
mij stonden
zag ik de zweetband en de
windsels opgewonden,
hoorde toen alles stil werd
het noemen van mijn naam.

De Eersteling
die ons is voorgegaan
blies mij in Zijn gestalte
het nieuwe leven aan!

Coby Poelman-Duisterwinkel

Bij Johannes 20 : 1 – 18 en 1 Korinthe 15 : 19 – 25 en 44 - 50


Uit de bundel: "Het pinkstert!"

dinsdag 15 december 2015

Lofzang van Elisabeth

Loof de Heer, zo wil ik zingen
Om de vreugde die Hij gaf,
Fluisterende zegeningen
Zweven door herinneringen
Aan het kindje in mijn schoot,
Niets dat weerstand aan hem bood,
Golvend sprong het op de dag

Van Maria’s arriveren,
Al van ver trok hem de Here.
Niemand wist hoe hij getuigde,

Er was in Maria’s schoot
Leven dat nu echt ontsproot.
In dit teken was een band,
Stil deed hier Gods Geest gebaren
Aan de moeder van de Heer,
Blijdschap mag je nu ervaren,
Echt, wat Hij belooft komt uit,
Trouw zal Hij zijn Woord bewaren.
Hef dan aan dit lof-geluid.

Bij Lucas 1 : 39 – 45

Geschreven n.a.v. een verrassende preek van zondag 13 december 2015 in Dorkwerd voor het thema Naamdicht van www.gedichtensite.nl

donderdag 26 november 2015

Sprankelende vernieuwing


Er kan geen jonge wijn
in oude huiden
die zullen scheuren door
het bruisend, gistend vocht.
Hij maakt het stugge sluitkoord
voor vernieuwing los.

Ontsluit voor Hem
wat in het oude schuilging
en laat je vullen
door Zijn sprankelende
geestverruiming.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Bij Lucas 5 : 38

donderdag 19 november 2015

Kort kerstverhaal 2015 Onverwacht bezoek

Het is eerste kerstdag, Laura en Chiel fietsen met hun zoon Rik terug van een bezoek aan hun ouders in het verzorgingshuis. Ze praten nog na over de mooie kerstviering en de koorzang. Het is koud maar het vriest niet.
Bij de splitsing fietst Rik alleen verder naar zijn eigen huis. Hij komt niet eten want hij wil een kerstfilm bekijken en die begint over een half uur. Hij heeft nog wel genoeg brood in huis.
Laura en Chiel zijn nog maar net thuis als de telefoon gaat. Het is Rik. Met bibberende stem vertelt hij dat er bij hem is ingebroken. Hij ziet zijn schim nog door het keukenraam dat is geforceerd. Laura hoort gerammel van iets dat omvalt en vraagt: “Rik, Rik, ben je er nog?” “ Ja”, trilt hij, “ik ben er nog maar blijkbaar is de inbreker buiten ergens over gestruikeld want het lawaai komt van buiten, ik zie hem over de schutting gaan, wacht, ik…. “ “Niet doen”, roept Laura geschrokken door de telefoon, ”hij kan wel een mes bij zich hebben”. Ze gebaart naar Chiel die iets opgevangen heeft en wit wegtrekt, dat hij naar Rik moet gaan. Ondertussen blijft ze met Rik praten tot ze weet dat Chiel daar is gearriveerd. Dan wordt ze rustiger. Ze hoort ook geen rammelgeluiden meer.
Er lijkt niets gestolen te zijn. Waarschijnlijk is de inbreker amper binnen geweest en meteen weer weggevlucht toen Rik thuiskwam. Een voetafdruk op de eettafel is een tastbaar bewijs.
Hij is zo te zien over de theedoek heengestapt die op de tafel een laptop aan het oog onttrok.
Rik belt de politie. Er wordt van alles opgeschreven en gevraagd en het raam wordt provisorisch gerepareerd. Morgen sturen ze de technische recherche. Rik moet vooral proberen zo weinig mogelijk aan te raken waar sporen op kunnen zitten.
Laura en Chiel gaan op aandringen van Rik weer naar hun eigen huis.
“Ik red me wel, het raam is nu eerst weer dicht en ik leg vannacht iets naast mijn bed om me te kunnen verdedigen als er iemand binnen komt maar dat zal wel meevallen.”

De tweede kerstdag blijven Chiel en Laura voor het eerst in jaren thuis van de kerkdienst.
Ze willen bij Rik zijn als de technische recherche komt.
Het is een vrouw. Ze stelt zich voor als Nina Winkelier. “He”, zegt Laura, “ik heet van mijn meisjesnaam ook Winkelier”. Ze hebben opeens heel veel stof te praten. De opa van Nina schijnt een broer te zijn van de opa van Laura.
Bij het leegruimen van het ouderlijk huis van Laura hadden ze nog een handwerk gevonden dat door de opa van Nina was gemaakt. “Weet je wat”, oppert Laura, ik ga het even halen. We wonen hier vlakbij, ik fiets even heen en terug, tot zo.”
In enkele minuten is ze terug. Nina is ontroerd als ze het handwerk ziet. Ze heeft het nooit eerder gezien maar herkent meteen de hand van haar opa er in.
Het is een rechthoekig wandbord in de vorm van een houten lijst om een plaat met uit postzegels geknipte tekst met de woorden Geloof, hoop en liefde.
De tekst is versierd met eveneens uit postzegels geknipte duifjes.
Nina haalt haar fototoestel uit de auto en maakt er foto’s van. Dan gaat ze aan de slag met het recherchewerk. Ze hoest veel. Zal het de emotie zijn?
Laura overweegt of ze het handwerk aan Nina zal geven maar ze wil het eerst met haar tante overleggen.
Als ze Nina deelgenoot maakt van haar gedachten zegt Nina dat ze zich kan voorstellen als Laura het wil houden maar dat ze het heel lief vindt dat zij alleen al met de gedachte speelt om het haar te geven.
Dezelfde dag nog belt Laura haar tante. Ze legt het hele verhaal uit en haar tante vindt het een prachtig idee.

Steeds als Laura van plan is het handwerk naar Nina te brengen komt er iets tussen.
Vijf maanden later belt haar tante of Nina er blij mee was.
Laura moet bekennen dat ze het nog niet gebracht heeft en belt meteen na haar telefoontje naar Nina.
Een vriendin neemt op.
Nina is wel thuis maar ze ligt te slapen.
Laura zegt dat ze op een ander moment wel weer zal bellen.
Nina’s vriendin wil weten wie Laura is en Laura vertelt.
Dan is het stil. Ze vraagt of Laura wel weet dat Nina ernstig ziek is?
Nina heeft longkanker in een heel agressieve vorm.
Ze heeft chemotherapie gehad en volgende week zal ze die weer krijgen.
Ze merkt Laura’s ongemakkelijkheid en belooft dat ze Nina zal zeggen dat ze gebeld heeft.

Tien minuten later belt Nina naar Laura.
Weer hebben ze veel stof tot praten al is het opeens in een heel andere sfeer.
De volgende dag regent het pijpenstelen maar Laura wil niet afbellen. Ze stapt gehuld in een regenpak op de fiets, het handwerk van Nina’s opa en een stapeltje familiefoto’s in een grote plastic zak in de fietstas.
Het is even zoeken maar om half elf staat Laura voor haar deur.
Nina komt haar met gespreide armen tegemoet, omhelst Laura met de woorden; “dat je in dit weer naar me toegekomen bent”.
Het is alsof Laura thuis komt.
Wat een warm onthaal.
Er is koffie en ze nestelen zich elk op een bank, bewonderen opnieuw het handwerk van haar opa.
Met tranende ogen kijkt Nina Laura aan.
“Mag het in mijn familie blijven als ik er niet meer ben?”
Ook Laura’s ogen worden vochtig.
Ze raken in diep gesprek, bekijken foto’s, drinken koffie, vergelijken nog meer foto’s.
“Zie je jouw zus op die kinderfoto?”
Nina en Laura’s zus lijken op elkaar als twee druppels water!
En onze opa’s, wat een gelijkenis.
De tijd vliegt.
Nina vraagt of Laura een broodje bij haar eet. Welnee ze is nog niet moe, ze krijgt juist energie van Laura. Gebakken eitje erbij?
Ze zitten tegenover elkaar aan haar eettafel.
Nina gaat hardop voor in gebed.
Er heerst een sfeer van vrede. Het valt Laura vooral op dat Nina zo’n groot vertrouwen heeft in God. Ze is helemaal niet bang voor wat komen gaat. Ze geeft zich volledig over aan Vader. Hij zorgt voor haar, Hij is bij haar, ze zit als het ware zoals vroeger bij haar vader bij Hem achter op de fiets met de benen in de fietstas en leunt tegen Hem aan. Hij brengt haar waar ze zijn moet. Zij hoeft zich alleen maar aan Hem vast te houden.
Laura krijgt een brok in de keel als ze in Nina’s blije ogen kijkt.
Na het eten dankt Laura hardop met haar en tegelijk bidt ze voor Nina.
Hoe goed is het om hier te zijn met mijn nieuwe familielid die ik met kerst door een inbraak leerde kennen, denkt Laura.
Gods wegen zijn wonderlijk.
Ze nemen in een warme hartelijkheid afscheid, beseffen allebei dat het wel eens de laatste keer kan zijn.
Het is 15 mei, half twee.
Nu is Nina wel een beetje moe.
Met een hoofd vol gedachten fietst Laura naar huis.
Het is droog en de zon schijnt.

Twee maanden voor de kerst wordt Nina begraven.
De dominee preekt over Psalm 116.
God heb ik lief.
Vier woorden maar.
Ze tekenen Nina ten voeten uit.
Na de begrafenis fietst Laura met een nichtje naar een ontmoetingsruimte waar ze nog meer familieleden leert kennen.
Als ze uiteindelijk met een hoofd vol gedachten naar huis fietst flitst er iets door haar heen. Ze stapt af en typt in haar mobiel wat in haar op komt.
Als ze thuiskomt leest ze wat er staat.


Geloof, hoop en liefde

Ik kwam je geloof,
hoop en liefde brengen
en trof het bij je aan.
Wat was je er blij mee,
ontroerd keek je me aan.

Je was toen al ziek,
vroeg met een traan
of het naar je familie mocht gaan.
Nog geen half jaar later
liep ik geheel ontdaan
achter de rouwstoet aan.

Geloof, hoop en liefde
nam een nieuwe dimensie aan.
Eén Petrus één liet me die verstaan.
Jij bent me hier in voorgegaan.


Het is bijna kerst. Als Laura bezig is met alle voorbereidingen denkt ze aan die vreemde kerst van vorig jaar, aan de ontmoeting met haar familielid. Die had ze nooit zo intens leren kennen als er niet bij hun zoon was ingebroken. Ze hadden een levensechte kerstfilm voorbij zien komen.
Ze kijkt naar buiten en ziet Rik met een kruiwagen de oprit op komen. Ze zwaait en denkt bij zichzelf; Wat zal deze kerst ons brengen?

Coby Poelman - Duisterwinkel

U mag dit verhaal gebruiken voor uw kerstviering.
Als u het voor publicatie wilt gebruiken graag even contact opnemen via cobytjeert@live.nl 

Zie voor meer kerstverhalen mijn nieuwste boek "Granaatjes met een gouden slot", uitgegeven bij Noordboek/Friese pers. De 4e druk verschijnt begin november 2015 en is in iedere boekhandel verkrijgbaar.